Hemelvaart: de troon in de hemel

De hemelvaart van de Here Jezus betekende Zijn troonsbestijging in de hemel. De troon waarop de satan zijn zinnen had gezet. Dat laat het enorm grote belang van de hemelvaart zien. Zijn hemelvaart is veel belangrijker dan wij vaak denken. Hij heeft de totale overwinning behaald.

In de Bijbel wordt veel gesproken over de hemelvaart. We lezen erover in de Evangeliën, in Handelingen, in de Efezebrief en in Openbaring. Er loopt ook een duidelijke lijn van de hemelvaart naar Pinksteren en van de hemelvaart naar de wederkomst van de Here Jezus.

Handelingen 2 laat zien hoe Petrus in de kracht van de Heilige Geest de menigte toespreekt, waarop er 3000 mensen tot bekering komen. Vol lof spreekt hij over de verheerlijkte Here Jezus op de troon: ‘Hij dan, Die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort.’

In Handelingen 3 lezen we over de genezing van een verlamde. Petrus zegt daarover over vers 12 en 13: ‘Israëlitische mannen, waarom verwondert u zich hierover, of waarom kijkt u ons zo doordringend aan, alsof wij door onze eigen kracht of godsvrucht hebben bewerkstelligd dat deze man nu loopt? De God van Abraham, Izak en Jakob, de God van onze vaderen, heeft Zijn Kind Jezus verheerlijkt, Die u hebt overgeleverd.’
Zeker, Hij bidt voor ons, Hij is heengegaan om voor ons plaats te bereiden. Maar hier brengt Petrus de boodschap van de verhoogde Here Jezus. De hemelvaart is het feest van Zijn troon, van Zijn kroning.

De Hebreeënbrief spreekt op diverse plaatsen over de hemelvaart. Het is de dag dat ‘Hij Zich gezet heeft aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen. Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen’ (Hebreeën 1:3b en 4).
Op die dag zegt de Vader tegen Hem: ‘Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht.’
Het is de dag waarop God Hem met vreugdeolie gezalfd heeft boven Zijn metgezellen (vers 9).
Het is de dag waarop de Vader tegen Hem zei: ‘Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten’ (Hebreeën 1:13).

Het is de dag dat Hij met heerlijkheid en eer werd gekroond (Hebreeën 2:9).
Het is de dag waarop Hij als grote Hogepriester de hemelen is doorgegaan (Hebreeën 4:14).
Het is de dag waarop Hij voor allen, die Hem gehoorzamen, een oorzaak van eeuwige zaligheid is geworden (Hebreeën 5:9).
Het is de dag waarop Hij boven de hemelen verheven werd (Hebreeën 7:26).
Het is de dag waarop Hij als Zoon in eeuwigheid vervolmaakt werd (Hebreeën 7:28).
Het is de dag waarop Hij als Hogepriester gezeten is aan de rechterhand van de troon van de majesteit in de hemelen (Hebreeën 8:1).
Het is de dag waarop Hij een zoveel voortreffelijker bediening heeft ontvangen (Hebreeën 8:6).

Christus heeft de troon bereikt. Die troon is voor satan definitief onbereikbaar geworden. Waarom spant de satan zich dan nog zo in? Omdat hij wil verhinderen dat ook u en ik die troon bereiken. Hij wil trachten te verhinderen dat Christus de vreugde zal beleven om met velen die troon te delen.
Met Hemelvaart heeft de Here Jezus het allerhoogste punt bereikt: toen heeft Hij zich gezet op de troon van het heelal. Dit was tevens het hoogtepunt van heel Zijn verlossingswerk.

In Hebreeën 9:12 is er sprake van een eeuwige verlossing, die Jezus voor ons heeft verworven. Dat was met hemelvaart.
In Israël werden er dagelijks vele offers gebracht bij het grote altaar. Er was echter één dag in het hele jaar, waarop al die offers samen hun eigenlijke waarde verkregen en dat was op de grote verzoendag als de hogepriester met bloed, bij het altaar vergoten, het allerheiligste binnenging tot Gods troon. Dat is het beeld van hemelvaart. Zo is Jezus door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.
Sinds de hemelvaart is Hij, De Here Jezus, op Gods troon. Bij Zijn geboorte werd Hij mens, om altijd, eeuwig, Mens te blijven. Als God en als Mens is Hij in de hemel.

Weet u, de satan had zijn zinnen gezet op die troon. Voordat God de mens geschapen had, deed de satan een poging op die troon plaats te nemen. In zijn val sleepte hij een aanzienlijk deel van de engelen mee en veroorzaakte hij later de zondeval van de mens.
De strijd tussen God en de satan is de strijd om de troon. Die troon die God had bestemd voor Zijn Zoon.
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over de val van de satan. In Job 38:4-7 staat: ‘Waar was u toen Ik de aarde grondvestte? Maak het bekend, als u echt inzicht hebt. Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers wel. Of wie heeft het meetlint over haar uitgespannen? Waarop zijn haar pijlers neergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd, toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen van God juichten?
De satan bevond zich onder de morgensterren. Over dat heelal troonde de Almachtige Schepper. In dat heelal heerste een wonderlijke eenheid en harmonie. Totdat… ja, totdat er één was die greep naar die troon. Hij, die wij nu kennen als satan – toen de machtigste van al Gods geschapen wezens – was niet tevreden met zijn hoge positie, hij wilde meer en deed de fatale machtsgreep, waardoor hij zichzelf en ontelbare engelenscharen met zich stortte in de afgrond van het verderf.

Ezechiël 28 zegt over de satan: ‘U, toonbeeld van volkomenheid, vol wijsheid en volmaakt van schoonheid, u was in Eden, de hof van God. U was een cherub die zijn vleugels beschermend uitspreidt. Daarvoor heb Ik u aangesteld. U was op Gods heilige berg, u wandelde te midden van vurige stenen. Volmaakt was u in uw wegen, vanaf de dag dat u geschapen werd, totdat er ongerechtigheid in u gevonden werd. Daarom verbande Ik u van de berg van God, en deed Ik u verdwijnen, beschermende cherub, uit het midden van de vurige stenen. Vanwege uw schoonheid werd uw hart hoogmoedig, Ik wierp u ter aarde…’
Jesaja 14 geeft nog aanvullende informatie over zijn opstand en val: ‘Hoe bent u uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U ligt geveld op de aarde, overwinnaar over de heidenvolken! En ú zei in uw hart: Ik zal opstijgen naar de hemel; tot boven Gods sterren zal ik mijn troon verheffen, ik zal zetelen op de berg van de ontmoeting aan de noordzijde. Ik zal opstijgen boven de wolkenhoogten, ik zal mij gelijkstellen met de Allerhoogste. Echter, u bent in het rijk van de dood neergestort, in het diepst van de kuil!’

De greep naar de troon van de satan mislukte. Maar hij bleef het proberen. Altijd was dat zijn doel, die troon. Later richtte hij zijn aanval op de mens, in de hof van Eden.
God had een ander bestemd voor die troon, Psalm 2:7b en 8: ‘De HERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb U heden verwekt. Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden der aarde als Uw bezit.’

Denk eens een ogenblik aan de verzoeking van Christus in de woestijn. Het ging bij die verzoeking door de satan om de heerschappij over het heelal. De climax kwam toen de satan siste, in Mattheus 4:9: ‘Dit alles zal ik U geven, als U knielt en mij aanbidt.’
Hij trachtte de Here Jezus over te halen voor hem te knielen en hem te aanbidden. Stel dat Hij dat had gedaan, dan had de satan het recht gehad om plaats te nemen op de troon van het heelal.

Beseft u het belang van de hemelvaart van de Here Jezus? Met Pasen werd macht van de satan verpletterd. Het was zijn nederlaag. Met hemelvaart krijgt de Here Jezus de plaats die de satan altijd had willen hebben. Het is de kroon op Zijn werk, Zijn kroningsdag, als God en Mens, op grond van Zijn overwinning over de macht van de hel.

In Filippenzen 2 lezen we over het lijden en het sterven van de Here Jezus, over Zijn dood aan het kruis, hoe Hij Zich ontledigd heeft, de gestalte van een dienstknecht aangenomen en de mensen in alles gelijk is geworden.
Daarom, zeggen vers 11-13 ‘dat God Hem ook bovenmate heeft verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Here is, tot heerlijkheid van God de Vader.’

Als God verliet Hij de troon, als Mens, Die tegelijk ook God is, besteeg Hij diezelfde troon weer. Hij is echter niet de Enige Die bestemd is tot deze troon. Er zit een Mens op de troon. Hebreeën 2:20 zegt: ‘Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen.’

Je zou het zo kunnen zeggen: Zijn hemelvaart, Zijn zitten op de troon, is het onderpand van onze hemelvaart, van ons zitten op de troon. Als de Voorloper is Hij daar voor ons binnengegaan, zegt Hebreeën 6:20. Dat is wat, om te bedenken, dat wij, als we Hem door genade mogen kennen, ook eenmaal daar zullen zijn, bij Hem, op de troon. Openbaring 3:21 zegt immers: ‘Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb.’

Drie jaar lang trok de Here Jezus op met Zijn leerlingen. Maar pas nadat Hij hen verlaten heeft, worden het ‘krachtige’ volgelingen van Hem. Niet omdat ze zichzelf kracht hebben ingesproken of een nieuwe methode hebben ontdekt, maar omdat Christus in hen was komen wonen. Dat was het geheim en het directe gevolg van de hemelvaart van de Here Jezus.

Eerst was Petrus zo bang, dat hij zijn Meester verloochende. Vergelijk dat eens met de Petrus die we tegenkomen in het boek Handelingen. Vol vuur spreekt hij over zijn Heiland. Je ziet dezelfde verandering bij de andere apostelen. Wat was hun geheim?
Christus was in hen komen wonen, Galaten 2:20. En 2 Korinthe 4:10 zegt hetzelfde: ‘Wij dragen altijd het sterven van de Here Jezus in het lichaam mee, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt.’

Toen de Here Jezus nog op aarde was, kon Hij niet in hen komen wonen. Pas na Zijn hemelvaart kon Hij door Zijn Geest in hen zijn. Lichamelijk ging Hij naar de hemel, om daarna, vanuit de hemel, de geestelijke wereld, voor altijd bij en in hen te komen wonen. Dat gebeurde met Pinksteren.
Efeze 3:16 en 17 brengen dat heel mooi onder woorden: ‘opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent.’

Het gaat niet alleen om de kracht die Hij schenkt, maar om Hemzelf. Velen zoeken alleen de gaven, maar niet Hem, de Here Jezus Zelf. Omdat Hij naar de hemel is gegaan, kan Hij nu Zijn leven in ons leven. Ziet u hoe belangrijk Zijn hemelvaart was?

En nog even, dan komt Hij weer terug naar deze aarde. Die lijn loopt er ook, van Zijn hemelvaart naar Zijn wederkomst. Dan wordt werkelijkheid wat we lezen in Lucas 1:32 en 33: ‘Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Here, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen.’

Dirk van Genderen