Onderstreepte teksten in een oud Bijbeltje

In een oud Bijbeltje, in de Statenvertaling, dat ik kreeg bij het verlaten van de basisschool, heb ik ooit duizenden teksten aangestreept, die mij aanspraken toen ik dat Bijbeltje in de loop van enkele jaren een paar keer helemaal doorlas, van Genesis tot Openbaring. De potloodstreepjes zijn vaag geworden, het Bijbeltje heeft z’n beste tijd gehad, maar regelmatig sla ik het open en word ik bemoedigd door de onderstreepte teksten.

DSC_0910[1]
Het oude Bijbeltje, Jesaja 43.

Deze bemoedigingen wil ik niet voor mezelf houden. Graag wil ik u een aantal van deze teksten doorgeven, overgenomen uit dit Bijbeltje, in de Statenvertaling. Deze week uit het Oude Testament, later nog een keer uit het Nieuwe Testament. Misschien hebt u juist nu wel één van deze teksten nodig, als woorden van de Heere. De woorden van Hem zijn immers levend en krachtig.

Vrees niet Abram! Ik ben u een Schild, uw Loon zeer groot (Genesis 15:1).

En de HEERE sprak met Mozes, van aangezicht tot aangezicht, gelijk een man met zijn vriend spreekt (Exodus 33:11).

De HEERE, uw God, Die voor uw aangezicht wandelt, Die zal voor u strijden (Deuteronomium 1:30).

En gij zult vrolijk zijn voor het aangezicht van de HEERE, uw God (Deuteronomium 16:11).

Wees sterk en heb goede moed, en verschrik niet, en ontzet u niet; want de HEERE, uw God, is met u alom, waar gij heengaat (Jozua 1:9).

Maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen de HEERE dienen (Jozua 24:15).

Vrees slechts de HEERE, en dient Hem trouw met uw ganse hart; want ziet, hoe grote dingen Hij bij u gedaan heeft (1 Samuel 12:24).

En David werd zeer bang (…) doch David sterkte zich in de HEERE, zijn God (1 Samuel 30:6).

Doch Joahaz bad het aangezicht van de HEERE ernstig aan; en de HEERE verhoorde hem (2 Koningen 13:4).

Want hij kleefde de HEERE aan; hij week niet van Hem na te volgen, en hij hield Zijn geboden, die de HEERE aan Mozes geboden had (over Hizkia, 2 Koningen 18:6).

God van de hemel, Die zal het ons doen gelukken en wij, Zijn knechten, zullen ons opmaken en bouwen (Nehemia 3:20).

En de HEERE wendde de gevangenis van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden; en de HEERE vermeerderde al hetgeen Job gehad had tot dubbel zoveel (Job 42:10).

Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve (Psalm 10:14).

Want met U loop ik door een bende, en met mijn God spring ik over een muur (Psalm 18:30).

Verlustig u in de HEERE, zo zal Hij u geven de wensen van uw hart (Psalm 37:4).

God is een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden (Psalm 46:2).

Werp uw zorg op de HEERE, en Hij zal u onderhouden; Hij zal in eeuwigheid niet toelaten, dat de rechtvaardige wankele (Psalm 55:23).

Het is beter tot de HEERE de toevlucht te nemen, dan op de mens te vertrouwen (Psalm 118:8).

Onze hulp is in de Naam van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft (Psalm 124:8).

Ziet, God is mijn Heil, ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de Heere HEERE is mijn Sterkte en mijn Psalm, en Hij is mij tot Heil geworden (Jesaja 12:2).

Vrees niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met de rechterhand van mijn gerechtigheid (Jesaja 41:10).

Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken. Wat Ik ben de HEERE, uw God, de Heilige Israels, uw Heiland (Jesaja 43:2 en 3).

De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden (Jesaja 53:5).

Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet stil zijn; totdat haar gerechtigheid voortkome als een glans, en haar heil als een fakkel, die brandt (Jesaja 62:1).

Want ziet, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde (Jesaja 65:17).

En Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HEERE ben; en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn; want zij zullen zich tot Mij met hun ganse hart bekeren (over de toekomst van Israel, Jeremia 24:7).

Het zijn de goedertierenheden van de HEERE dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben; zij zijn alle morgen nieuw, Uw trouw is groot (Klaagliederen 3:22 en 23).

Na vele dagen zult gij bezocht worden; in de laatste der jaren zult gij komen in het land dat wedergebracht is van het zwaard, dat vergaderd is uit vele volken, op de bergen van Israel, die steeds tot verwoesting geweest zijn; als hetzelve land uit de volken zal uitgevoerd zijn, en zij allemaal zeker zullen wonen (Ezechiël 38:8).

Daniël nu nam voor in zijn hart, dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijs van de koning, noch met de wijn van zijn drank (Daniel 1:8).

Zal het zo zijn, onze God, Die wij eren, is machtig ons te verlossen uit de oven van het brandende vuur, en Hij zal ons uit uw hand, o koning, verlossen (Daniel 3:17).

En het zal geschieden, al wie de Naam van de HEERE zal aanroepen, zal behouden worden (Joël 2:32).

Gewisselijk, de Heere HEERE zal geen ding doen, tenzij Hij Zijn verborgenheid aan Zijn knechten, de profeten, geopenbaard heeft (Amos 3:7).

Want de dag des HEEREN is nabij (Obadja:15).

De HEERE nu beschikte een grote vis, om Jona in te slokken (Jona 1:17).

Hij heeft u bekend gemaakt, o mens, wat goed is; en wat eist de HEERE van u, dan recht te doen en weldadigheid lief te hebben, en ootmoediglijk te wandelen met uw God (Micha 6:8).

De HEERE is goed, Hij is ter sterkte in de dag der benauwdheid, en Hij kent hen, die op Hem betrouwen (Nahum 1:7).

Alhoewel de vijgenboom niet bloeien zal, en geen vrucht aan de wijnstok zal zijn, dat het werk van de olijfboom liegen zal, en de velden geen spijze voortbrengen, dat men de kudde uit de kooi afscheuren zal, en dat er geen rund in de stallingen wezen zal, zo zal ik nochtans in de HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in de God van mijn heil (Habakuk 3:17 en 18).

De HEERE, uw God, is in het midden van u, een Held, Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich (Zefanja 3:17).

Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen (Zacharia 4:6).

Doch over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten de Geest van de genade en van de gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen… (Zacharia 12:10).

Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen als mestkalveren (Maleachi 4:2).

Dirk van Genderen

Verwijzingen:
  1. [Image]: http://www.dirkvangenderen.nl/wp-content/uploads/2015/11/DSC_0910.jpg