Pergamum: waarheid en leugen – 3e brief

Van Pergamum (= hoogte) zijn alleen nog maar ruïnes over. In die stad – toen de hoofdstad van Asia – was ooit een groot altaar voor de Griekse goden, onder meer voor Zeus en Asclepios. Vandaar wellicht dat vers 13 van Openbaring 2 zegt dat de troon van de satan daar staat. De stad was een centrum van afgoderij.


Het uit Pergamus afkomstig Zeusaltaar in het Pergamum Museum in Berlijn.

Wat betreft de troon van de satan kan worden gedacht aan het enorme troonvormige altaar van Zeus dat in de stad stond. Nu bevindt dit altaar zich in het Pergamum Museum in Oost-Berlijn.
Anderen denken aan de prachtige tempel van Asclepios die in Pergamum stond. Asclepios (of Aesculapius) was de heidense god van de genezing, die afgebeeld werd als een slang en de bijnaam Sooter (Heiland) droeg. Ook wordt wel gewezen op de tempel van de keizer Augustus, die werd beschouwd als een god.

Belangrijker nog was dat er in Pergamum ook een gemeente van de Heere Jezus was. Deze gemeente krijgt een brief van Hem, Die het tweesnijdende scherpe zwaard heeft (Openbaring 2:12-17). Hij kent de gemeente door en door, net zoals Hij ons kent. Van de gemeente is behoorlijk wat positiefs te melden. Ze is trouw aan de Naam van Christus. Ze verloochent Hem niet, ook niet wanneer Antipas – ‘Mijn getrouwe getuige’ – wordt gedood. Volgens de overlevering werd Antipas op het Zeusaltaar in een bronzen stier (het symbool van Zeus) geworpen, die enorm verhit werd, waardoor hij levend verbrandde. Het woord getuige (martus) kreeg later mede door deze tekst de betekenis ‘martelaar’.

Toch mankeert er ook het één en ander. Sommigen houden vast aan de leer van Bileam. Bileam werd door God belemmerd om het volk Israël te vervloeken, maar hij gaf Balak wel de raad om Israël te verleiden en in het kwaad te storten (Numeri 25 en 31). En dat gebeurde. Israël koppelde zich aan Baäl-Peor en bedreef ontucht.

Ook in Pergamum dreigt zo’n combinatie van waarheid en leugen, wat leidt tot afgoderij en hoererij (vers 14). Het wordt hun tot een struikelblok, een valstrik. Het leidt tot hoererij en het eten van afgodenoffers, wat in Handelingen 15:20 aan de gemeente van de Heere Jezus wordt verboden.
Een mix tussen kerk en wereld. Herkenbaar, toch? En wat is het gevolg? Dat het zicht op de Heere Jezus verduisterd wordt. Wanneer je onder de invloed van de wereld komt, gaat dat gegarandeerd ten koste van je relatie met de Heere Jezus.

Moeten we ons dan afzonderen van de wereld? Kan het zijn dat we doorgeslagen zijn naar het opgaan in de wereld? Een gelovige, iemand die door het geloof in de Heere Jezus de Heilige Geest heeft ontvangen, is door Hem apart gezet, geheiligd. Wij vullen dat snel negatief in. Maar is er iets mooiers te bedenken dan Hem te kennen en bij Hem te horen? Laten we Hem aanprijzen en Hem laten schitteren in ons leven!

In vers 15 wordt weer gesproken over de Nikolaïeten, die we ook in de Brief aan Efeze tegenkwamen. In Efeze ging het om de werken van de Nicolaïeten, in Pergamum over de leer van de Nicolaïeten. De dwaalleraars krijgen alle ruimte om hun dwaalleer te verkondigen en er wordt naar hen geluisterd.
Met de Nicolaïeten worden wellicht dezelfde personen bedoeld als met de volgelingen van Bileam. Men meent dat het voor een gelovige niet uitmaakt wat hij met zijn lichaam doet, omdat het geloof volgens hen een louter geestelijke zaak is, en dus weinig met de rest van het leven te maken heeft. Ook vandaag zijn er Nicolaïeten onder ons, en vermoedelijk hebben ze meer invloed dat we denken. Het is de hoogste tijd om schoon schip te maken in de gemeente van de Heere Jezus.

In vers 16 wordt de gemeente opgeroepen zich te bekeren. Er mag geen tolerante houding zijn tegenover hen – in hun midden – die een dwaalleer aanhangen. Als ze zich niet bekeren, zal Christus spoedig tot hen komen. Hij zal dan Zelf met het zwaard van Zijn mond de strijd aanbinden tegen de dwaalleraren, degenen die zich voordoen als christen, maar in zonden leven en een dwaalleer verkondigen. Dan zal hun hetzelfde lot treffen als Bileam, die eerst eveneens werd bedreigd door het zwaard (Numeri 22) en later gedood door het zwaard (Numeri 31).

Het zwaard duidt hier op het oordeel over de gemeente die niet luistert. Dit zijn opmerkelijke woorden in deze brief. Tegenwoordig wordt nogal eens de vraag gesteld of Gods oordeel ook in het Nieuwe Testament is terug te vinden. Steeds vaker luidt het antwoord ontkennend. God is toch enkel liefde, wordt gezegd… Maar juist de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 laten zien dat Gods oordeel wel degelijk ten uitvoer kan worden gebracht wanneer volhard wordt in het kwaad.

Wie overwint, wie zich rein bewaart van of breekt met de zonde en de dwaalleraars, ontvangt bij de wederkomst van de Heere Jezus het verborgen manna, een witte steen en een nieuwe naam. Het verborgen manna duidt op het ware en eeuwige leven in het Koninkrijk van God en staat tegenover het eten van afgodenoffers in vers 14. In feite is dit verborgen manna de Heere Jezus zelf.
Tijdens de exodus uit Egypte naar het land Kanaän voorzag de Heere het volk Israel van manna, hemels brood. Dat manna is er nu niet, is verborgen, maar wie weet, geeft de Heere eenmaal weer dat manna, wanneer Zijn Koninkrijk is gekomen. Je mag ook zeggen dat Gods Woord het hemelse manna is waarmee de Heere ons nu al voedt.

Witte stenen werden in die tijd onder andere gebruikt als teken van vrijspraak door een rechtbank en als toegangsbewijs voor feesten. Op dergelijke stenen stond echter geen naam, terwijl dat hier wel het geval is. De winnaar van een sportwedstrijd kreeg een plaatje met zijn naam erop mee naar huis, om daar aanspraak te kunnen maken op hulde. Volgens een joodse traditie vielen er kostbare stenen tussen het manna.
De witte steen met de nieuwe naam in 17 is het toegangsbewijs tot het feestmaal met de Heere Jezus. Openbaring 19:9 zegt: ‘En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam.’ Wat een feest zal dat zijn! Het feest waaraan wij ook deel zullen mogen nemen als we de Heere Jezus kennen en liefhebben.

Ook zullen de gelovigen een nieuwe naam ontvangen. De nu nog onbekende nieuwe naam (Jesaja 62:2; 65:15, vgl. Openbaring 19:12), die past bij het verheerlijkte opstandingslichaam dat de overwinnaars zullen ontvangen bij de komst van de Heere Jezus. Wat een heerlijke toekomst wacht ons.

Dirk van Genderen

(Dit is het derde commentaar in een serie van zeven over de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3.)