‘Wie naar de bidstond gaat, krijgt een ouderling op bezoek…’

Veel aangrijpende, persoonlijke en ontroerende reacties ontving ik van u op mijn vraag in de Nieuwsbrief of u wilde vertellen over de bidstonden in uw gemeente. Pijn en verdriet klinken door bij hen die in een gemeente zitten waar het verboden is een bidstond te hebben. ‘Als je het wel doet, krijg je een ouderling op bezoek die je komt vermanen.’ Omdat men bang is voor uitwassen, voor afwijkingen in de leer.
Gelukkig zijn er veel gemeenten waar wel één of meer gebedsgroepen zijn, die, zoals ik al vermoedde, helaas maar door weinig mensen worden bezocht. Beseffen we nog wel het belang van het gebed, vraagt menigeen zich af.

Tientallen reacties ontving ik op mijn oproep. Bijna iedereen die reageert, gaat zelf ook naar de gebedsgroep van de gemeente of naar een interkerkelijke gebedsgroep. Een paar mensen geven aan liever thuis te bidden dan op een gebedsgroep. ‘Voor mij is het gebed een privézaak. En in de zondagse samenkomst vertolkt de dominee ons gezamenlijke gebed.’

In de reacties proef ik soms een aarzeling om naar een bidstond te gaan. ‘Die bidders weten het allemaal zo goed, kunnen zo goed bidden en ik durf nauwelijks hardop te bidden. Dan kijken ze op mij neer, denk ik.’
Het is belangrijk zo’n opmerking serieus te nemen. Staan gebedsgroepen open voor nieuwe bidders? Heet nieuwe bidders welkom, leg uit hoe het eraan toegaat in de groep, laat er vrijheid zijn om ook in stilte te bidden.

Dat bidders vindingrijk kunnen zijn, blijkt wel uit de reactie van iemand uit een gemeente waar het niet op prijs wordt gesteld om een gebedsgroep te hebben. Omdat er toch behoefte is om samen te bidden, is er iets bedacht. ‘Als je bij elkaar komt op de koffie, kun je ook samen bidden.’
Laten we niet met de beschuldigende vinger naar zo’n gemeente wijzen, maar voor deze gemeenten bidden, dat Gods Geest ook daar krachtig zal gaan werken. En vergeet zeker uw persoonlijke gebed niet, in uw eigen binnenkamer, zoals de Heere Jezus het noemt in de Bergrede.

De meeste bidstonden vinden één keer per week of één keer per twee weken plaats. Iemand schrijft dat het aantal bidders op de bidstond sterk is toegenomen door de verplaatsing van een doordeweekse dag naar de zondag, direct na de kerkdienst.

Tal van onderwerpen worden genoemd waarvoor wordt gebeden:
– voor de voorganger van de gemeente, dat de Heere krachtig wil werken in de gemeente en al het werk in de gemeente zal zegenen;
– voor Israel, voor de vervolgde christenen;
– voor zending en evangelisatie;
– voor leden en met name jongeren in de gemeente die dreigen af te haken; – voor een opwekking, herleving in de gemeente, in de eigen woonplaats, in ons land;
– voor zieken in de gemeente;
– voor de huwelijken en de opvoeding van de kinderen;
– voor groei en diepgang in het geestelijke leven;
– voor ouderen, die dingen moeten loslaten en voor wie het leven moeilijker wordt;
– voor meer bidders;
– en voor nog veel meer…

Iemand schrijft: ‘In onze gemeente hebben we dagelijks bidstonden en we zien wonderlijke verhoringen.’
Een ander: ‘Het is bemoedigend om samen met gelovigen uit andere kerken en gemeenten te bidden.’

Sommigen geven aan dat het soms moeilijk is om vol te houden als je geen verhoring op de gebeden ziet. ‘Velen willen direct een antwoord van God ontvangen, verhoring van de gebeden zien, maar de Heere vraagt ons om trouw te zijn, te volharden. En laten we alert zijn op de listen van de tegenstander, de satan, die er alles aan zal doen om bidders te ontmoedigen.’

‘De bidstond van onze gemeente stelde niet zoveel voor,’ schrijft iemand. ‘Toen ben ik naar een andere bidstond gegaan. Buiten hoorde je ze al bidden, vol vuur en geestdrift. Mensen knielden neer, riepen tot de Heere, verootmoedigden zich voor Hem, aanbaden Hem. Er was toewijding, er vonden bevrijdingen plaats, genezingen, er was zorg voor elkaar.’

Iemand van 82 jaar schrijft dat ze al 42 jaar naar de bidstonden gaat. Vroeger kwamen er twintig mensen, nu zijn we nog maar z’n drieën. ‘We bidden, we proclameren en vieren ook samen het avondmaal.’

Als ik de reacties overzie, lijkt het erop dat de bidders vaker vrouwen zijn dan mannen. Maar misschien is dat in de praktijk anders, dat weet ik niet. Verschillende mensen schrijven namelijk dat ze een gebedsgroepje hebben, samen met andere vrouwen. Ook wordt opgemerkt dat de bidders vaak al wat ouder zijn en dat jongeren worden gemist.

‘De gebedsmotor van de kerk hapert als het gebed verflauwt,’ merkt iemand op, die zelf al 35 jaar lang trouw de bidstonden bezoekt en ziet dat het aantal bidders terugloopt.

Eén opmerking komt een paar keer terug in de reacties, namelijk dat de predikant/voorganger zelden deelneemt aan de bidstond van de gemeente, met een krachtige oproep dat wel te doen.

Iemand vraagt speciaal om gebed voor de Veluwe. Er is in die regio veel geloofsonzekerheid en veel kerken hebben geen gebedsgroep. ‘Daar wordt zelfs tegen gewaarschuwd.’
Dit geldt zeker ook voor andere gebieden in ons land, zoals Zeeland, de Alblasserwaard, Friesland. Laten we bidden dat de Heere de Geest van de genade en van de gebeden over ons uitstort. Dan vallen we op onze knieën voor de Heere neer, ook de mensen die nu nog waarschuwen tegen gebedsgroepen.

Dirk van Genderen