Stelt u zich voor dat u veertig dagen zo zou leven alsof het uw laatste dagen op aarde zouden zijn. Hoe zou u die dagen doorbrengen? Het is goed om zo’n vraag eens diep door te laten dringen. Dan komt het aan op wat werkelijk belangrijk is.
Is het goed tussen God en mij? Mag ik weten dat mijn zonden vergeven zijn door het kruisoffer van de Heere Jezus, gebracht op Golgotha? Kan ik de Hem ontmoeten en mag ik door genade weten dan voor eeuwig bij Hem te zullen zijn? Staat Hij centraal in mijn leven?
En hoe staat het richting mijn medemensen? Zijn er misschien nog dingen die tussen mij en anderen instaan, die in orde gemaakt moeten worden? En wie of wat is nu echt belangrijk in mijn leven? Mijn gezin, familie, geliefden – als je die hebt – of misschien wel mijn werk, baan, carrière, de tv, internet, een forse bankrekening…?
En wellicht zul je ook anderen nog op de Heere Jezus willen wijzen en hen dringend aansporen om zich te bekeren en hun vertrouwen op Hem te stellen.
De uitdaging is om na afloop van de veertig dagen zo verder te leven als u in die veertig dagen hebt ‘leren leven’. Wellicht helpt zo’n periode om te gaan zien wat nu echt belangrijk is in je leven.
Ik hoorde over een groep christenen die dit gedaan hebben, die veertig dagen zo hebben geleefd alsof het hun laatste dagen op aarde waren, of de laatste dagen voor de komst van de Heere Jezus. Ze ontdekten dat ze in hun leven zoals ze dat gewend waren, veel tijd ‘verknoeiden’ met allerlei zaken die van weinig werkelijke waarde waren. Het hielp hen om na die veertig dagen minder op zichzelf gericht te zijn en meer op God en op de mensen om hen heen, met name op hun gezin en familie.
Er gebeurden ook opzienbarende dingen. Een vrouw kon de man vergeven die was veroordeeld voor de moord op haar zoon. Er kwamen veel getuigenissen van mensen die anderen hadden kunnen vergeven. ‘Als je beseft dat je al zo snel voor God zult staan, wil je de dingen met de ander eerst nog in orde maken,’ stelde een voorganger van wie veel gemeenteleden meededen.
Hij vertelde ook dat hij in zijn gemeente in één van de diensten meedeelde dat er schoenen werden gevraagd voor daklozen en zwervers. Hij kreeg daarop vierduizend paar schoenen aangeboden. ‘Dat zou voordien nooit zo’n groot aantal zijn geweest.’
Ik hoop dat u serieus stil wilt staan bij de vraag wat u zou doen als u nog veertig dagen zou hebben. En ik besef dat deze woorden dichtbij kunnen komen wanneer uzelf of een geliefde - naar de mens gesproken - nog maar kort te leven heeft.
De Bijbel roept ons op altijd bereid zijn God te ontmoeten. Wij schuiven die gedachte vaak zo makkelijk weer weg. Dat zal nog wel een poos duren, hopen we. Maar het leven is ernstig en we leven in ernstige tijden. Wij weten niet wanneer het einde van ons leven komt. Dat kan heel onverwacht komen.
Denk eens aan de oorlog in Oekraïne. Voor vele duizenden Oekraïners en ook al voor veel Russische soldaten was het leven hier op aarde opeens voorbij. En beseffen we dat ook de wederkomst van de Heere Jezus wel eens heel dichtbij kan zijn?
Ik denk ook aan Jona en Ninevé. De Ninevieten krijgen te horen dat ze nog veertig dagen krijgen voordat hun stad ondersteboven zal worden gekeerd (Jona 3:4). Op bevel van de koning roepen de Ninevieten daarop met kracht tot God en bekeren zich van hun boze wegen (Jona 3:8). ‘Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en Zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’
‘Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet’ (Jona 3:9). Hoe zegenrijk was het voor de Ninevieten dat hun was aangezegd dat ze nog veertig dagen kregen.
Zo geloof ik dat het voor ons zegenrijk zal zijn wanneer ook wij eens veertig dagen zouden leven alsof het onze laatste veertig dagen op deze aarde zijn. Aarzel niet om in actie te komen, zowel richting de Heere als richting uw medemensen, als de Heilige Geest u dat duidelijk maakt.
En als we de Heere Jezus mogen kennen, hoeft de gedachte dat we Hem zullen ontmoeten, ons geen vrees aan te jagen, maar mogen we vol verwachting uitzien naar het moment dat we voor altijd met Hem zullen zijn.
Dirk van Genderen