Algemeen

Op pelgrimreis naar de eeuwigheid

In de 17e eeuw schreef de Engelse predikant John Bunyan het zeer bekend geworden ‘The Pilgrims Progress’, in het Nederlands vertaald als ‘De christenreis naar de eeuwigheid’. Een mooiere titel was wellicht ‘De Pelgrimreis naar de eeuwigheid’ geweest, maar dat terzijde. Bunyan schreef het boek in 1675 in de gevangenis. Drie jaar later werd het voor het eerst uitgegeven. Het boek is nog steeds verkrijgbaar en is al in 125 talen verschenen. John Bunyan stelt in de boek de Here Jezus overduidelijk centraal. Hij wijst de lezers naar Hem, naar het kruis, waar we vergeving van zonden ontvangen. Ook tekent hij de weg van de pelgrim, door dit leven heen, onderweg naar de hemelse heerlijkheid. Aan dit boek moest ik denken bij het schrijven van dit commentaar, naar aanleiding van een eindtijdboodschap die ik van een lezer van de nieuwsbrief ontving. We leven tussen de hemelvaart en de wederkomst van de Here Jezus. In Zijn hemelvaart heeft Hij krachtig bewezen de Zoon van God te zijn. Hebreeën 12:2 zegt dat Hij gezeten is ter rechterzijde van de troon van God. Hem is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde (Mattheus 28:18). Wat een troost om dat te mogen weten. En tegelijk verwachten we Zijn wederkomst met groot verlangen. Als we de Here Jezus mogen kennen, zijn we pelgrims, onderweg naar de eeuwigheid. Het komt erop aan dat we echte pelgrims zijn. Vandaar dat ik wees op dat boek van Bunyan. Het is alweer jaren geleden dat ik dat boek heb gelezen. Maar één beeld staat me nog steeds helder voor ogen. Het ging over een mens, en dat kan heel goed iemand zijn die wij christen noemen, die wellicht elke week trouw naar de kerk gaat, en die zeer gebukt ging onder zijn zonden. Hij sjouwde ze mee op zijn rug. Hoe kon hij van de zondelast worden bevrijd? Weet u hoe dat gebeurde? Toen hij bij het kruis kwam, de heuvel opliep en keek naar het kruis, viel het zondepak van zijn rug af, de helling af. Hij was bevrijd, verlost, door een blik op het kruis, op de Here Jezus. Verder gaat het in dat boek over de pelgrimstocht van de christen door dit leven heen. Op een heel beeldende manier wordt dat beschreven. Er komt zoveel op de pelgrim af, goede dingen, maar ook verleidingen. Daarom is het zo belangrijk ons oog gevestigd te houden op de Here Jezus alleen. En te luisteren naar Zijn woorden. Er wordt zoveel over Hem gezegd, wat niet van Hem is. De wereld heeft nodig, dat Zijn woorden daadkrachtig worden verkondigd en in praktijk worden gebracht, in het open veld, buiten de veilige kerkmuren. Zijn Woord is levend en krachtig. Het gaat erom dat Zijn liefde, Zijn vrede, Zijn kracht en Zijn blijdschap meer en meer zichtbaar worden in Zijn volgelingen, nu zo duidelijk zichtbaar wordt dat de Zijn wederkomst nabij is. Denk eens aan het hogepriesterlijke gebed van de Here Jezus, in Johannes 17. Daar bidt Hij Zijn Vader om eenheid van allen die in Hem geloven. Dat betekent niet zozeer dat we dan allemaal maar in één kerk moeten gaan zitten, of zo’n eenheidskerk met menselijk vernuft moeten organiseren, maar dat we elkaar aanvaarden in de Here Jezus, of we nu in Kerk A zitten of in gemeente B. Over een paar dagen vieren we weer het Pinksterfeest. De uitstorting van de Heilige Geest. Iedere gelovige heeft de Heilige Geest ontvangen. De Heilige Geest wil ons kracht en moed geven om ons christen-zijn zichtbaar te laten worden. Ga eens lezen in het Bijbelboek Handelingen, hoe de apostelen al op het Pinksterfeest en ook daarna vrijmoedig het woord van God spreken en niet kunnen zwijgen. Ze zijn bereid ervoor opgepakt te worden en bestraft. En ze zijn zelfs bereid hun leven te geven voor de zaak van hun Heiland. Ze verheugen zich erover dat ze verwaardigd zijn voor de Naam van de Here Jezus smaadheid te lijden (Handelingen 5:41). Hoe is dat bij ons? Is het over het algemeen niet wat magertjes gesteld met ons getuigenis in de samenleving? In onze gemeente durven we onze stem wel te verheffen, maar doen we het ook op ons werk, op school, in de media, in de politiek, in onze familie of waar dan ook? Ik zeg dit net zo goed tegen mezelf. We hebben toch de beste boodschap die er is. Door Gods genade mogen we de Waarheid kennen. Laten we de Here bidden om vrijmoedigheid om in Zijn kracht ons christen-zijn te laten zien en horen. Sommigen zijn geroepen de boodschap door te geven in woord en daad, anderen staan biddend achter hen, en ondersteunen hen financieel. Dan is het niet zo dat het werk van de één belangrijker is dan dat van de ander. We hebben elkaar nodig en laat de Here u hierin maar leiden. Hij wil ons allen inschakelen. Het staat zo mooi in 1 Petrus 2:5: ‘En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus’. Ondertussen komt de wederkomst van de Here Jezus snel naderbij. Snel, zeg ik met grote nadruk. Als ik let op de ontwikkelingen in het wereldgebeuren en in het Midden-Oosten, dan lijkt het steeds sneller te gaan. Wellicht ga ik hier binnenkort een keer dieper op in. Zo mogen we als pelgrims onze levensreis vervolgen. Onze blik gericht houdend op de Leidsman en Voleinder van ons geloof, de Here Jezus Christus (Hebreeën 12:2). Als frontsoldaten van Hem, in Zijn kracht en gevuld en geleid door de Heilige Geest. Onderweg naar Zijn grote toekomst, de komst van Zijn Rijk van vrede en gerechtigheid. Wat een dag zal dat zijn als we Hem zullen zien van aangezicht tot aangezicht. Dirk van Genderen

Een reactie plaatsen

0/2000

Reacties worden beoordeeld voordat ze zichtbaar zijn.

Kosteloos en zonder verplichtingen

Blijf verbonden.

Vond u deze overdenking waardevol? Ontvang wekelijks nieuwe columns direct in uw mailbox.